zondag 7 februari 2010

Verlaafd aan jou

Je was eigenlijk nooit echt lekker,
Maar toch heb ik me regelmatig aan je vastgezogen,
zoals een bloedzuiger zich vastzuigt aan de huid,
alleen met geweld weer te verwijderen.
Ik heb hemel en aarde bij elkaar gelogen.
Ik had je nodig.

Met jou kan ik ontspannen.
Zogenaamd want je begint steeds meer te zeuren,
steeds vaker en heftiger,
kost me handen vol met geld,
ik wil van je af, desnoods met geweld.

Telkens weer zeg ik tegen mezelf,
dit is de laatste keer,
maar die rekening heb ik zonder jou gemaakt.
Je laat je niet zomaar verslaan.
T´is alsof je fluistert,
“we zullen samen ondergaan”.

Jij was mijn geliefde,
mijn dope, mijn vlucht en mijn hoop.
Door mijn ogen zag ik jou als een diamant,
kostbaar en op maat geslepen,
dat je een nepper bent, heb ik te laat begrepen.

De liefde voor jou kostte mij bijna mijn leven.
Ik hoop dat iedereen, die ik gekwetst heb mij kan vergeven.
De liefde voor jou kostte mij mijn lichaam en een stukje van
mijn geest.
Maar ik ben blij dat ik leef.
Eén stapje verder, en ik was er
geweest!

Wolken aan de horizon

We haalden hele nachten door, samen met ze tweeën,
toen waren wij nog vrienden,
die soms met elkaar vreeën.
De vriendschap bleef bloeien, we werden geliefden,
die naar elkaar toe groeiden.
Teder geluk,
kon het maar nooit stuk.
Maar het leven ging door en we kregen het druk.
Jaren die sleten en ergens onderweg zijn we elkaar vergeten.

Langzamerhand begon het te knagen, begonnen de vragen
en werden de dagen dat we dagelijks praatten overgeslagen.
Met steeds minder fantasie en verbeeldingskracht,
verstikten wij de wederzijdse aandacht
en over dat ik misschien niet meer
van je hou
werd zeker niet nagedacht.

De momenten van intens met je leven,
die bleven en soms blijf ik hopen dat ergens staat geschreven
dat wij voor elkaar bestemd zijn.
Ik herinner me jou ogen vol vertrouwen
niet eens eraan twijfelen,
dat je niet op mij zou kunnen bouwen.
Was dat maar waar.

Ik sluit mijn ogen, hap naar adem en pomp me vol
met frisse lucht. De schouders net nog gespannen,
laat ik zakken met een zucht.
Als ik in de verte kijk is alles kalm en stil
geen wolkje aan de hemel,
dat is wat ik wil!

Koude muren

Hij was koning en zij de koningin.
Het rijk werd altijd met passie bewaakt.
Hoogstpersoonlijk, deze muren heeft nog
niemand gekraakt. De vesting is groot,
het hart van het kasteel te klein.

Te koud, te versleten en veel te oud
is de inhoud en al lijkt de bunker van beton
niet te doorbreken regent het tranen
door onzichtbare gaten in het plafond.

Wie heeft dit verhaal geschreven?

Met open mond zie ik het koningrijk
in kleine stukjes breken,
val op mijn knieën in de modder
en begin te smeken, dat dit niet echt,
dat dit een sprookje is.

Maar niets is minder waar
en dit is geen verhaal, dat je leest.
Al lang geloof ik niet in sprookjes en wat ik zie is echt.
Zo groot als het rijk van buiten lijkt,
zo klein is het van geest.

Deze nacht

Dansend de straat op
zo licht als een veer
de wereld stroomt binnen
we willen
meer

Meegezogen door een
eindeloze golf van passie
staat de massa te kolken
er lijkt geen einde aan te komen
zweven ergens samen tussen de wolken

Geuren en kleuren
geluiden van binnen en buiten
bedwelmen het gezonde verstand
alles lijkt te zweven
maar niets loopt uit de hand

De duisternis verslaat de dag
De zon word de maan
Zo jong komen we nooit meer bij elkaar
er is geen einde in zicht
en het is nog te vroeg
om te gaan

donderdag 4 februari 2010

De tranen die ik huilde zijn regen geworden

Ik zit midden in een storm op de grote oceaan,
De zeespiegel stijgt met iedere traan.
Maar de tranen worden regen,
daarna heeft de eenzaamheid mij beet,
dan komt heel lang niets meer,
omdat ik van louter verdriet soms de essentie vergeet.

In ieder ogenblik zit een herinnering aan jou verborgen,
maar ik doe alsof ik blind ben.
Ik wil gewoon weer voor je zorgen,
omdat ik een leven zonder jou niet meer ken.
Soms zie ik in iemand anders je ogen en
je glimlach
en herinner me ineens, hoe de
wereld er vanuit jouw perspectief uitzag.

De tranen die ik huilde zijn regen geworden,
het verdriet heeft een plek gekregen.
Het water wordt rustig, de storm zwakker.
Ik kan weer slapen,
lig niet meer nachten lang wakker.

Jij zou nooit gewild hebben, dat ik mezelf opgeef,
dat ik als jij weg bent niet meer leef.
Toch was deze tijd nodig om,
om je te rouwen en mijn leven dat om jou draaide
zonder jou op te bouwen.


Maar alles blijft anders.
Zo wankel zo teer.
Soms, ik ben eerlijk…
Dan doet het nog zeer!!!

Vreemde vrouw

Vreemde vrouw

Daar sta je dan.
Ik snuif je geur op en kijk in je ogen.
Jij pakt mijn hand.
Dit is een bewogen moment;
ik zie dat je nog steeds van mij houdt,
het lijkt wel alsof jij mij door en door kent.

Tot mijn eigen schrik ruik je vreemd.
Je stem klinkt anders dan ik dacht,
mijn gevoel lijkt te zwijgen
en mijn hart staat niet stil
terwijl ik dat juist
had verwacht.

Er is geen weg meer terug.
Ooit lag ik in je armen.
Warm en vertrouwd
waande ik me veilig bij jouw.
Toen was je mijn moeder;
Nu ontmoet ik een vreemde vrouw.

Toch besef ik door dit korte moment,
waarin ik je in mij kon opnemen,
dat ik je dankbaar ben voor dat wat
jij mij hebt gegeven.
Want jij gaf mij:

Mijn leven.

Onmisbaar

Onmisbaar

Op jou kan ik bouwen.
Blind vertrouwen.
Wanneer je me nodig hebt, zal ik er voor je zijn.
Overal, te allen tijde.
Voor jou maak ik grote afstanden klein.

Je staat altijd voor me klaar.
Onmisbaar.
Als ik wil praten heb je een luisterend oor.
Daar zijn vrienden voor.

We hebben al zo veel tijd
met elkaar gedeeld,
gelachen, gehuild, ons samen verveeld.
Verbonden.

Je betekend de wereld voor mij,
ik wist niet dat vrienden
zoals jij nog bestonden.